Herald

Na de Mayflower en even afgezien van de TR, (wat een verhaal apart is), werd de Triumph merknaam even in de wachtkamer gezet, omdat men meer profijt zag in Standard. Om te kunnen concurreren met merken als Austin, Ford en Morris werd een "Small Car Project", bekend als SC, opgezet teneinde een goedkoop autootje op de markt te brengen. De eerste Standard 8, die hiervan het resultaat was, was dan ook echt goedkoop uitgevoerd (geen draairamen, kofferklep, grille). Dit alles om onder de prijs van een Austin A30 te komen.
In de volgende jaren werd er wat meer luxe geboden in de Standard 10 en Standard Pennant. Nu komt de naam Triumph weer te voorschijn: alleen voor de export hadden de 10 en de Pennant Triumph badges. De Triumph Pennant moet zeldzaam zijn, er zijn er maar 335 van geproduceerd!

Hoewel deze auto's winstgevend waren voor de firma, begreep men toch, dat dit geen lijn was om de toekomst mee in te gaan. Er moest dus wat anders komen. Gestart als het ZOBO project is dit de wieg van de HERALD. Nu was dit gezien de omstandigheden niet zo eenvoudig. Standard is nooit zo bedreven geweest in het ontwerpen van mooie carrosserieën en omdat de leverancier van plaatwerk door BMC was overgenomen, die weigerde verder voor Standard te produceren, zat men met een groot probleem.

Een Herald 13/60 -  de laaste versie van de Herald

De oplossing was een ontwerp met een separaat chassis, waardoor de carrosserie elementen door verschillende firma’s gemaakt konden worden en naderhand geassembleerd in de eigen fabriek. Het carrosserie ontwerp werd uitbesteed aan Michelotti, omdat hij op zeer korte termijn een prototype kon leveren. Dit prototype kwam in December 1957 in Engeland aan en is zonder noemenswaardige wijzigingen in productie genomen. Achteraf bleek dat de ietwat ouderwetse manier van een auto bouwen vele voordelen had. Men kon zonder veel kosten veel varianten leveren n.l. een coupe, convertible, estate, van, er is zelf sprake geweest van een vierdeurs Herald. Ook voor de export had het voordelen, alle stukken werden in kisten gepakt en konden in het buitenland geassembleerd worden. (België, India, Australië, enz.). De naam Herald komt van de boot van Allen Dick de toenmalige Directeur. De eerste Herald, een coupe met een 948 cc motor en dubbele carburateurs, werd in 1958 naar Spanje gebracht voor een uitgebreid testprogramma. De eerst Saloon werd, ook in 1958, op de Dunlop testbaan in Engeland getest. Een nog afmattender testrit werd in 1958 ondernomen met een coupe en een saloon van Zuid Afrika naar London. Hiervan is de bekende film gemaakt, die de meesten wel kennen. De covertible en de estate zagen in 1959 het levenslicht.

TRIUMPH HERALD
Op 22 april 1959 was het dan zover, de Herald was te koop. (Coupe en Saloon). De auto had positieve punten (onafhankelijke, vering, draaicirkel, toegankelijk motorcompartiment, weinig doorsmeerpunten, verstelbaar stuur, stijlvolle carrosserie) maar ook negatieve (niet goedkoop, te weinig motorvermogen, 34 bhp voor de saloon en 45 bhp voor de coupe). De convertible met de coupe motor werd in 1960 op de markt gebracht. Maar de verkoopcijfers begonnen tegen te vallen omdat de kwaliteit van de auto's te wensen overliet en ze te duur waren. (vooral waterlekkages). Een poging om hier wat aan te doen resulteerde in de gestripte Herald S, maar het resultaat was averechts, geen succes dus.
Intussen was het bedrijf in financiele moeilijkheden geraakt en werd in 1961 door Britisch Leyland overgenomen. Er brak nu een wat gunstiger tijd aan. Ten eerste werd wat aan de motor gedaan, deze werd vergroot naar 1200 cc. Mogelijk door een slimmigheidje van Harry Webster zonder al te hoge kosten. Deze leverde nu 39 bhp met een veel beter koppel. Verder nog verbeteringen zoals, rubber bumpers, houten dashboard, nieuwe badges, nieuwe stoelen.

HERALD 12/50
In 1963 gevolgd door de 12/50 met meer pk's, schijfremmen voor, schuifdak, een andere grille en standaard kachel en ruitensproeiers. De 12/50 werd alleen als saloon geleverd! De vierdeurs Herald is in Engeland nooit gemaakt, wel in India in een wat gewijzigde vorm. (Men had daar grotere families!) De Herald 1200 is tot 1970 en de 12/50 tot 1967 gebouwd. De opvolgers waren de VITESSE en de 13/60.

HERALD 13/60
In 1967 wilde men voor de auto tentoonstelling van dat jaar een verbeterde Herald uitbrengen en dit is het begin van de 13/60. Alles moest in haast gebeuren en er werden 3 auto's snel door de research afdeling gebouwd. Een saloon, een convertible en een estate, min of meer als gemodificeerde Heralds 1200.

De produktie van de 12/50 en de 1200 convertible en estate werd beeindigd. In 1968 waren alleen nog 1200 saloons, naast de 13/60 saloon, convertible en estate leverbaar.

Er was wel het een en ander veranderd aan de 1200. Zoals: uiterlijk een nieuw front met andere koplampen en nieuwe emblemen op de kofferklep, innerlijk een nieuwe 1300 cc motor met 60 bhp en een Stromberg carburateur, grotere remschijven, ander dashboard en andere instrumenten. In 1970 was het Herald gebeuren toch wat achterhaald en de 13/60 had vreemd genoeg de meeste concurrentie van zijn eigen familie nl. de 1300, 1300 TC en Toledo. In mei 1970 liep de laatste 13/60 van de band.